Een beter energielabel begint meestal niet met losse maatregelen, maar met de vraag waar je woning energie verliest. De grootste winst zit vaak in isolatie, glas en installaties die passen bij de staat van de woning.
Begin bij de schil van de woning
Dak, gevel, vloer en glas bepalen hoeveel warmte de woning vasthoudt. Slechte isolatie maakt een zuinige installatie minder effectief. Daarom is het vaak verstandig om eerst te kijken naar dakisolatie, spouwmuur- of gevelisolatie, vloerisolatie en HR++ of triple glas.
Installaties maken daarna het verschil
Als de woning beter is geisoleerd, worden maatregelen zoals een hybride warmtepomp, warmtepomp, zonneboiler of ventilatieverbetering interessanter. Een installatie moet passen bij de woning. Een warmtepomp werkt bijvoorbeeld veel beter in een woning die voldoende geisoleerd is.
Zonnepanelen kunnen het label helpen
Zonnepanelen verlagen de hoeveelheid fossiele energie die nodig is. Daardoor kunnen ze bijdragen aan een beter indicatief energielabel. Het effect hangt wel af van dakoppervlak, ligging, installatie en de rest van de woning.
Kijk ook naar subsidie
Voor woningeigenaren bestaat de ISDE-subsidie voor verschillende verduurzamingsmaatregelen, zoals isolatie, warmtepomp, zonneboiler en aansluiting op een warmtenet. Vanaf 2026 kan ventilatie ook subsidiabel zijn wanneer die wordt gecombineerd met een of meer isolatiemaatregelen. Check altijd de actuele voorwaarden voordat je opdracht geeft.
Gebruik een indicatie als startpunt
Met een online indicatie krijg je snel gevoel bij de mogelijke labelklasse en verbeterpunten. Dat is handig om richting te bepalen, maar het vervangt geen officieel energielabel. Een officieel label wordt vastgesteld door een bevoegde EP-adviseur.
Gebruik de gratis Sjel calculator als indicatie en vraag daarna pas officieel aan.